↑ Terug naar Welkom

Over Nico

Nico Verrips

Nico Verrips is de jongste zoon uit een gezin van vijf  kinderen die geen van allen ‘iets met muziek hebben’.
Op 20 mei 1929 zag hij in Vinkeveen/Waverveen het levenslicht.
Vier dagen oud bleek reeds zijn belangstelling voor muziek! 
Op het moment dat zijn moeder hem een schone luier omdeed vond de buurman het nodig trompet
te gaan spelen. Het spartelen en kraaien was, volgens overlevering snel gedaan, er werd 
geconcentreerd en aandachtig geluisterd. Nog steeds belangstelling voor trompetspel? Absoluut!
Hij begon zijn orgelstudie bij Willem Vogel waarbij gebruik gemaakt werd van het pneumatische Dekker-orgel
in de Gereformeerde kerk te Wilnis. Na de koorrepetitie kreeg Nico les vanaf 22.15 – 23.15 uur. Wel wat laat op de avond!

Later werden de lessen voortgezet in Amstelveen ten huize van de toen nog vrij onbekende musicus.
Nico behaalde het ‘Getuigschrift Kerkelijk Orgelspel’& het A-diploma (Kerk- en concertspel)
van de Nederlandse Organisten Vereniging waarvan hij later enige tijd voorzitter is geweest.

Op advies van zijn leraar ging hij een studie volgen aan de toenmalige Protestantse kerkmuziekschool
te Utrecht, een afdeling van het conservatorium. Hier kreeg hij lessen koordirectie en koorvorming
van Adriaan C. Schuurman, hymnologie en liturgiek van ds. Koppert, zang en declamatie van
Ida Maas Geesteranus, stemvorming van Jeannette Molsbergen, een in die tijd bekend
en beroemd zangpedagoge. Contrapuntlessen ontving hij van Cees van Baaren, de toenmalige
directeur van het instituut. Na drie jaar studie bezat hij de ‘Testimonia’ A, B & C  Cantoraat.
tijdens het laatste studiejaar (1952-1953) werd hij benoemd tot cantor-organist bij de
Hervormde Gemeente van Meppel waarvan  hij in 1998 (!!) afscheid nam.
Tijdens de afscheidsbijeenkomst mocht de burgemeester van Meppel hem, namens 
H.M. Koningin Beatrix, benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

In 1953 zette hij de orgelstudie voort aan het conservatorium te Amsterdam met als
hoofdvakdocent: Jacob Bijster. In 1958 verliet hij, mét een einddiploma orgel, dit instituut.

Om een wat bredere muzikale én maatschappelijke basis te krijgen ging hij Schoolmuziek studeren
aan het conservatorium in Utrecht, met als hoofdvakdocent Chris Bos.
Hij sloot deze studie af in 1961 met het behalen van het einddiploma schoolmuziek met onderscheiding
voor pedagogische eigenschappen.
Gedurende de schoolmuziekstudie volgde hij een Gehrelscursus waarvan hij het diploma in 1960 behaalde.

Hij was achtereenvolgens organist te Vleuten(1949-1950), Mijdrecht (1950-1953)
en cantor-organist in Meppel (1953-1998).

De behaalde bevoegheden en diploma’s hebben in de praktijk hun uitwerking niet gemist.

a.Zo was NV werkzaam als dirigent van het koor van de Theologische Universiteit
(Gereformeerd Synodaal) in Kampen gedurende een twaalftal jaren, 
b.gaf hij les in het vak muziek op de Opleidingsschool voor Kleuterleidsters in Meppel en 
c.doceerde hij hymnologie en liturgiek aan het toenmalig conservatorium van Leeuwarden.
d.Hij gaf gedurende meer dan twaalf jaar, in opdracht van de commissie voor de kerkmuziek,
cursussen voor het behalen van bevoegdheidsverklaringen.
e.Bij dit alles was hij actief als cantor-organist van de Hervormde Gemeente van Meppel en
werd hij vele malen gevraagd bij examens als (Rijks)gecomitteerde e/o als
tweede deskundige te functioneren.
f.Met de Hervormde Cantorij van Meppel  maakte hij concertreizen naar o.a. Duistland (Münster, 
Wörrstadt) en Frankrijk. (St. Benoit en Orleans)
g.Opnames voor T.V. en radio met Cantorij en als organist werden in het verleden gemaakt.

Alsof dit alles nog niet genoeg is schreef hij een boekje over de geschiedenis van het 
Jan Harmenszn. Kamp/Franz  Caspar Schnitger/Mense Ruiter orgel in de Grote Kerk van Meppel.
Leerling en leraar, resp. tekst en muziek, schreven gezamenlijk een drietal boekjes met
(Christelijk) kleuterliedjes.

Later verscheen van zijn hand nog een ‘Werkschrift voor de Cantorijpraktijk’
onder de titel: ‘Eenvoudige meerstemmigheid opgebouwd vanuit de melodie’ 
Het boek met vele muziekvoorbeelden  werd geschreven in opdracht van het ‘Centrum voor de Kerkzang’ en ‘Unisono’,
een kerkmuziekorganisatie, (Rooms Katholiek én Protestant) in Utrecht. 
Bij dít boek is als redactie opgetreden: Gerrit Baas, voorziter van het stichtingsbestuur van het ‘Centrum’ en 
Wim Ruessink, beleidsmedewerker van de genoemde organisatie in Utrecht.

Na zijn pensionering heeft  Nico V. boekjes samengesteld met:
a.intonaties en voorspelen voor psalmen en gezangen, (Liedboek voor de Kerken,)
b.koorzettingen over liederen uit het Liedboek voor de kerken, ‘Zingend Geloven’ en andere bundels,
c.(niet)uitgegeven liederen op teksten van bevriende theologen op ‘eigen’ melodieën. 
d.Ook een (kleine) jaargang ‘Antifonen’ bij de Introïtuspsalm en 
e.muziek bij het ‘Ordinarium’ (zónder Credo) de zgn. “Nico-Mis”.
f.Een ‘Tafelgebed’ op tekst van drs. Bart Metselaar, een tiental jaren predikant in Meppel,
completeert enigszins zijn oeuvre.

Voor de genoemde gecomponeerde muziek e.d. zie men onder: 
‘Composities’ en ‘Publicaties’.